|
Fietsen naar
Prinsenbeek? Een brug te ver...
Wekelijks ga ik op de fiets, met onze jongste dochter voorop, in
Prinsenbeek mijn boodschapjes doen. Dat is goed voor het milieu en
beweging en buitenlucht zijn gezond.
De afgelopen maanden heb ik de werkzaamheden aan de fiets- en
voetgangersbrug die het huidige viaduct Burgst gaat vervangen van zeer
nabij kunnen volgen. Gedurende die maanden heb ik niet kunnen wennen
aan de enorme hoogte waarop wij ons in de toekomst zullen verplaatsen.
Ik heb geen last van hoogtevrees, maar het hoogteverschil ten opzichte
van de vertrouwde situatie is evident. Nog opvallender is de keuze
voor roltrappen en liften als methode om het niveauverschil te
overbruggen. Niet de goedkoopste oplossing, maar of het de beste
oplossing is daarover zijn de meningen verdeeld en dan druk ik mij nog
voorzichtig uit.
Vorige week was het zover: De fiets-en voetgangersbrug is opengesteld.
Vol goede moed fietsten we tussen de buien door naar het station
Breda-Prinsenbeek. Toen ik eenmaal voor de roltrap stond zonk de moed
mij in de schoenen. De trap leek in de wolken te eindigen. Ik besloot
zonder fiets even boven een kijkje te gaan nemen. Met de kleine op de
heup waagde ik mij op de roltrap naar boven. Na even te hebben genoten
van het uitzicht maakte ik aanstalten om weer naar beneden te gaan.
Als een rasechte tweejarige wilde onze jongedame ‘zelluf’ op de
roltrap staan en om dat kenbaar te maken spartelde ze flink om zich te
ontworstelen aan mijn stevige greep. Aangezien een spartelend kind en
een roltrap niet een ideale combinatie vormen heb ik, hoewel het
pedagogisch niet verantwoord is, haar dwingende eis ingewilligd. Hand
in hand stapten we de roltrap op.
Toen wij een paar meter waren afgedaald zag ik tot mijn grote schrik
een heer compleet met fiets ons volgen. Daar had ik nog niet aan
gedacht. Niet alleen ik zou met fiets en al kunnen vallen, maar
eventuele achtervolgers ook! Met mogelijk nog vervelender
consequenties. Angstvallig hield ik de man met rijwiel achter mij in
de gaten. Hij leek zich minder onzeker te voelen dan ik en dat stelde
mij enigszins gerust. Nog een paar meter en dan waren we veilig. Met
kloppend hart stapten we de roltrap af een paar seconden later gevolgd
door de fietser die achteloos opstapte en wegreed. Het schijnbare
gemak en onverschilligheid van de fietser bracht mij aan het
twijfelen: Was het dan toch niet zo gevaarlijk? Lag het aan mij? Ik
besloot op een later tijdstip nog eens terug te gaan zonder kind en
zonder boodschappen.
Een paar dagen later was het stralend weer en trok ik de stoute
schoenen aan. Met de fiets over de brug. Eerlijk gezegd omhoog viel
best mee. Het was dat de dame voor mij een onverwachte beweging maakte
omdat haar voorwiel tegen de zijkant schampte waar ik een beetje van
schrok, maar een adrenalineshot kreeg ik er niet van. Wel een
enigszins heroïsche gemoedstoestand: Dat had ik toch maar gedaan!
Misschien dat ik het de volgende keer wel met dochterlief aankan
flitste door mijn gedachten. Lang duurde deze bewustzijnsvermindering
niet. De afdaling diende zich aan. Ik liet een tweetal fietsers
voorgaan om de kunst af te kijken. Aangezien beiden een andere
strategie kozen, de ene hield de fiets recht met het voorwiel opgetild
de ander plaatste de fiets schuin met beide wielen op de trap, koos ik
de laatste strategie omdat deze op mij het meest stabiel overkwam. Ik
wachtte totdat mijn voorganger ver over de helft was zodat een
eventuele valpartij hooguit één slachtoffer zou kennen… Na enkele
seconden begreep ik dat ik een verkeerde keus had gemaakt. Mijn stalen
ros leek een eigen leven te gaan leiden en beet zich vast in de
zijkant van de roltrap. Hij leek overdwars naar beneden te willen
gaan. Met heel veel moeite kreeg ik ‘m weer recht. Toen ik hem eenmaal
recht en met twee wielen op de trap had staan leek ie er als een speer
naar beneden vandoor te willen gaan. De manier om mijn rijwiel onder
controle te krijgen bleek het opheffen van het voorwiel te zijn. De
kantelstabiliteit nam daarmee wel af, maar aan de zwaartekracht was
beter weerstand te bieden. Met zweetdruppels op mijn voorhoofd
bereikte ik ongehavend het eindpunt, de veilige vaste grond onder mijn
voeten. Omdat ik totaal niet gelovig ben moest ik de neiging de grond
te kussen onderdrukken. Dit was eens maar nooit weer. Stel je voor als
het regent? Of nog erger als het ijzelt? Of als ik met onze zesjarige
dochter naar haar vriendinnetje in Prinsenbeek wil fietsen?
Prinsenbeek is, als drie november het oude viaduct Burgst echt
afgesloten wordt, ineens een heel stuk verder weg…Letterlijk een brug
te ver.
Veiligheid is iets persoonlijks, daarvan ben ik mij terdege bewust.
Wat de één doodeng vindt, doet een ander lacherig over. Al komen ze
met honderd documenten die aantonen dat die fiets- en voetgangersbrug
veilig zou zijn, dan veranderd dat niets aan mijn gevoel en dat van
anderen die misschien wat minder lef hebben dan een ‘gemiddelde
Nederlander’. Dat ik nooit ga bungeejumpen is een keus die ik zelf
maak. Maar fietsen naar Prinsenbeek zou ook mogelijk moeten zijn voor
personen die niet op de roltrap durven.
Alle personen die hun handtekening hebben gezet onder dit ontwerp daag
ik uit om met hun eigen fiets,beladen met twee tassen vol boodschappen
en een willekeurige tweejarige peuter (niet onze dochter!) gebruik te
maken van de roltrap. We zullen hen na afloop vragen of zij van mening
veranderd zijn of dat ze de brug nog steeds veilig vinden. Om
politieke leugens (paradox of contradictio in terminis, wie zal het
zeggen?) te voorkomen zullen we vooraf en achteraf hun hartslag en
adrenalinegehalte meten als leugendetectie. Als geen van deze personen
hun mening bijstelt, al dan niet gedwongen door de resultaten van het
lichamelijke onderzoek, dan ben ik bereid in te zien dat ik meer dan
gemiddeld angstig ben. Maar mijn overtuiging dat ook ik met mijn
kinderen fietsend naar Prinsenbeek moet kunnen blijft hoe dan ook
overeind.
Ingrid Lammerse
|